Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken. verder gaan
 

Veilige steden zijn geen inbreuk op de privacy

Rudolf de Schipper

 
De burgers raken maar niet uitgevraagd over dat heikele onderwerp: hoeveel privacy ben je bereid op te geven voor een groter gevoel van veiligheid? Heel wat, zo blijkt. En wellicht nog het belang-rijkste: misschien hoeft het helemaal geen evenwichtsoefening te zijn, waar elk belang mooi op een schaaltje wordt afgewogen.

 

Om te beginnen met enkele andere cijfers: minister van Digitale Zaken Alexander De Croo maakte trots bekend dat op drie jaar tijd de digitale communicatie tussen overheid en burger verdubbeld is. Met tax-on-web als opvallendste paradepaardje – bijna zes miljoen Belgen die van dit digitaal platform gebruik maakten om hun belastingen in te dienen – kunnen we inderdaad vaststellen dat de communicatie tussen burger en overheid steeds vaker via digitale kanalen verloopt.

 

Eén van de diensten die in De Croo’s overzicht worden opgesomd, is Police-on-Web, waarlangs burgers klachten en meldingen kunnen indienen, dat het gebruikersaantal meer dan verdubbeld zag. Maar ook dan blijft het aantal gebruikers eerder beperkt, tot zowat zesduizend. Dat is niet veel meer dan een duizendste van Tax-on-web, dus toch niet echt een doorslaand success. Deze Belgische cijfers liggen in het verlengde van een wereldwijd eigen Unisys onderzoek, waaruit ook blijkt dat burgers liefst digitaal met de overheid communiceren. Het kan helpen om misdaden sneller en eenvoudiger te rapporteren, door de mogelijkheid om bewegende en andere beelden aan te leveren. Echter, naarmate de ernst van de feiten toeneemt, kiezen de burgers toch nog liever voor een vorm van persoonlijk contact.

 

(Mee)delen, maar met mate

Het illustreert de dubbelzinnige houding die we al jaren hebben tegenover elke vorm van overheidsinmenging, zowel in de fysieke als in de digitale wereld. De privacycommissie kijkt nauwlettend toe of de beveiligingscamera’s niet misbruikt worden om in onze persoonlijke levenssfeer binnen te dringen. Maar tegelijk moeten we vaststellen dat de man met het hoedje – kent u hem nog? – bij de aanslagen in Zaventem en Brussel misschien nooit gevat was geweest als we geen private beveiligingscamera’s hadden gehad.

 

Veiligheid versus privacy: het zal nooit een eenvoudig debat worden. Of toch? We merken ook dat steeds meer burgers ingaan op de roep om nuttige informatie te verstrekken, zowel analoog als digitaal. De sociale en andere digitale media worden steeds meer gezien als een extra kanaal om onze veiligheid te garanderen, en de eigen privacy wordt op zo’n moment dan even opzij geschoven als topprioriteit. En natuurlijk zijn we eerder bereid het recht op privacy van een ander in vraag te stellen dan dat van onszelf. En daar wringt vaak het schoentje. “Als je niks te verbergen hebt, hoef je je geen zorgen te maken over je privacy” – deze drogreden hebben we al iets te vaak gehoord, en gelukkig heeft de EU daar met de GDPR korte metten mee gemaakt. Iedereen heeft recht op zijn privacy, en zelfs voor de ergste feiten zullen we ons als samenleving aan bepaalde regels (moeten) houden. Kwestie van consequent en eerlijk te zijn.

 

Hoe gaan we dan om met een wereld die meer en meer geconnecteerd wordt, en waar de roep om meer gegevens en extra informatie met de dag groter wordt? Een wereld die meer en meer in staat is die informatie beschikbaar te stellen? Denk aan Internet of Things, en recent de ‘Smart Cities’: gaat dat niet lijnrecht in tegen die principes van doelgericht en proportioneel persoonlijke informatie vergaren en gebruiken? Of moeten we dat gewoon opgeven, in dienst van gemak en veiligheid?

 

Wij verwachten nog steeds dat de overheid de nodige maatregelen treft en een degelijk wettelijk kader voorziet, om te vermijden dat we straks wel in ‘safe cities’ leven maar die tegelijk zo ‘smart’ zijn dat je als individu er geen leven meer hebt. Dat betekent wel dat onze politici moedig genoeg moeten zijn om mogelijk hete hangijzers aan te pakken en voor eens en altijd uit de weg te ruimen, zodat we echt vooruit kunnen. Eindeloze filosofische debatten over het al dan niet centraliseren van informatie – op regionaal, federaal of zelfs Europees niveau – zijn nutteloos als je een degelijk systeem van coördinatie voorziet, waarbij relevante informatie automatisch wordt doorgespeeld gebaseerd op noodzaak en nut.

 

Alle technologie en informatie is voorhanden om onze straten en steden heel wat veiliger te maken. Het is nu zaak om met alle betrokken partijen (en met een stevige scheut gezond verstand) aan tafel te gaan zitten om te zorgen dat binnen de krijtlijnen van de GDPR er toch een sluitend system van processen wordt opgesteld zodat belangrijke informatie wordt gedeeld en al de rest wordt behandeld zoals het hoort volgens de privacy-wetgeving. En verder geen gekissebis meer over eigen graafschapjes van bevoegdheid en kennis die macht garandeert. Kennis van relevante informatie dient eenvoudigweg om gedeeld te worden, geen excuses hierover. Dus overheden aller landen (en lagen): met elkaar aan tafel en aan de slag! Just do it!

 

Rudolf de Schipper is senior project manager bij Unisys.

 

Reacties

comments powered by Disqus
 

RECENT NIEUWS