Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken. verder gaan
 
formule e

Formule E: Elektrisch racen met spitstechnologie en heel veel data

Cédric Van Loon

 
In de schaduw van het machtige Formule 1 groeit de elektrische Formule E-variant elk jaar. Hoeveel technologie zit er in deze wagens en wat mag je allemaal in de toekomst verwachten? Een interview met Sylvain Filippi, CTO van DS Virgin Racing.

 

Smart Business: Hoe belangrijk is het om een goede technologiepartner als HPE aan boord te hebben in de technologierace die Formule E elk jaar beter maakt?

Sylvain Filippi: Heel belangrijk! Vanaf begin 2014 hadden we zes maanden de tijd om vier Formule E-wagens (twee piloten per team, twee auto’s per piloot) te bouwen met alle infrastructuur daarrond en twintig engineers. Het was vanaf minuut één duidelijk dat ‘operations’ een gigantisch probleem ging zijn, omdat races van Formule E op één dag worden gereden: trainingen, kwalificaties en race. Dat is heel bijzonder in de race-industrie. In plaats van de tijd te hebben om de hele avond en nacht data te analyseren, kan je hier maar 30 tot 60 minuten data analyseren. Er is zoveel data om te analyseren: autogedrag, energiemanagement, batterijtemperatuur – kortom heel wat criteria om rekening mee te houden. Vandaag de dag draait motorsport om data: wie het niet allemaal kan verwerken, hoeft zelfs niet opnieuw de auto op de baan te sturen. Daarom was het belangrijk om vanaf dag één een sterke IT-infrastructuur te voorzien. Toen HPE mee aan boord kwam, hebben we tot op de dag van de eerste race met vijftien HPE-specialisten alles klaargemaakt. Vanaf dag één hadden we op dat vlak een heel groot technologisch voordeel vergeleken met de concurrentie, want niemand analyseerde data al zoals wij.

 

Smart Business: Je hebt met HPE een dedicated partner op vlak van IT, hoe kan je dit vergelijken met de andere concurrerende teams binnen Formule E?

Filippi: Tot nu toe zijn wij de enige die data tot op dit niveau verwerken. Zeker in de eerste twee jaar hebben we daar een heel groot voordeel uit gehaald. In het begin moest iedereen de data van de auto overzetten naar een NAS-oplossing, om van daar alle data te verdelen naar andere computers. Hiermee verlies je kostbare tijd. Wij hadden vanaf dag één een oplossing waarmee alle data in 20 seconden van de auto in de garage naar de servers en alle aangesloten computers werden gesluisd. Op dit ogenblik haalt iedereen ons in, maar wij kijken al verder. Vanaf seizoen vijf (2018 – 2019) verandert er heel wat binnen Formule E, komen er heel wat grotere teams en krijgen teams veel meer vrijheid over de hoeveelheid data. De budgetten zullen klimmen, wat ervoor gaat zorgen dat iedereen ons zal inhalen.

 

Smart Business: Zelfs wanneer je niet de beste componenten beschikbaar hebt vergeleken met de concurrentie, kan data dan helpen om het gat te dichten om zo competitief te blijven?

Filippi: Om goed te scoren in het kampioenschap heb je drie elementen nodig: een goede auto, operations en een goede coureur. Dat laatste is heel cruciaal in Formule E omdat het elektrische bolides zijn die aan energiemanagement moeten doen om competitief de eindmeet te halen. Er wordt ook altijd op stratencircuits geracet, wat betekent dat er geen marge is voor fouten omdat de vangrail of muur de rand van het tijdelijke circuit is. Operations is voor ons het allerbelangrijkst, omdat het een event is dat op één dag wordt gehouden. Ter plaatse in de garage is er maar plaats voor twintig mensen, exclusief de twee piloten. Dat zijn heel weinig mensen om vier wagens te onderhouden en om te configureren met de data die uit elke sessie worden gehaald.

 

Smart Business: Omdat Formule E-races haast altijd op publieke wegen worden gehouden, wordt de baan zo lang mogelijk vrijgehouden voor de gewone automobilist voordat het raceweekend start. Hoe ziet het begin van zo’n hectisch weekend eruit?

Filippi: We krijgen normaal altijd toegang tot het circuit op woensdag 12 uur. Het doel is om volledig operationeel te zijn tegen 16 uur. Dat omvat ook de tenten die dienen als tijdelijke garageset-up en de volledige montage van de wagens. Elke auto wordt in verschillende onderdelen verscheept naar elke locatie. Terwijl de garage wordt gemonteerd, heeft de IT-manager ongeveer één tot anderhalf uur tijd nodig om de IT-infrastructuur met de nodige servers operationeel te krijgen. Alles tezamen is het team operationeel na vier uur. Dat is snel, maar we kunnen dat binnenkort nog sneller omdat elke minuut die je wint extra kan worden gespendeerd aan data. De nieuwe Hyperconverged Infrastructure van HPE gaat ons helpen om de set-uptijd drastisch naar omlaag te halen. Je kan namelijk vooraf alle hardware-eigenschappen en connectiviteit programmeren per systeem zodat je dat niet meer on-track moet doen. Eenvoudig uitgelegd heb je dan genoeg aan een paar kabels om ter plaatse te verbinden met een server, en je bent klaar met alles. Ik weet dat één ander team hetzelfde plant te doen als ons, al de rest opereert nog niet op dit niveau.

 

Smart Business: Alles wordt nu trackside geanalyseerd, maar daar ben je maar beperkt tot een harde limiet van twintig personen voor de hele garage. Hoe kan je in de toekomst verbeteren?

Filippi: Allereerst wilden we een betrouwbaar systeem opstellen voor al onze data-analyses. Daarnaast werken we hard aan een nieuwe fabriek in Silverstone, Engeland, waar we ook een ‘Mission Control Room’ willen maken die in realtime alle data kan analyseren die wij trackside hebben. Dat is ongelooflijk moeilijk om te realiseren, maar eens dat lukt, opent er een hele wereld aan mogelijkheden voor het team. Je hebt dan niet alleen extra ingenieurs die je kan inschakelen; ook extra computerpower en videoanalytics worden dan een extra troef. We noemen dit fase twee binnen DS Virgin Racing, en het concept wordt over de zomerperiode uitgerold. Wanneer dat lukt, hebben we een duidelijke basis waarop we de komende twee jaar kunnen blijven groeien met alle andere teams die ook steeds grotere budgetten zullen uitgeven vanaf seizoen vijf.

 

Smart Business: Hoe lastig is het om zoiets in realtime te analyseren in Silverstone terwijl de races over de hele wereld worden gereden?

Filippi: Dat is enorm lastig en het geeft de jongens bij Aruba heel wat hoofdpijn. Gelukkig is onze server in de garage al zo krachtig, dat niet alle data naar het hoofdkwartier in Silverstone moet worden verzonden. We kunnen alle berekeningen trackside doen, en het resultaat daarvan doorsturen. De engineers hebben dan toegang tot het Aruba-netwerk in Silverstone, dat rechtstreeks gelinkt is aan het Aruba-netwerk op het circuit bij DS Virgin. Eenvoudig bekeken is het een remote desktop dat alle data analyseert die in de garage wordt verwerkt. Zo kan je queries laten draaien op de server trackside en hoeft dat niet allemaal worden doorgestuurd. Videoanalyse vraagt veel meer bandbreedte, maar daar kunnen we de videofeed gebruiken die Formule E publiek beschikbaar stelt. Kortom: we staan nog lang niet waar Formule 1 staat omdat de organisatie ons beperkt wegens budgettaire redenen, maar die muren worden stilaan gesloopt. Formule E gaat binnen een jaar een radicale revolutie doorgaan, en wij zullen er klaar voor zijn bij DS Virgin Racing.

 

Sylvain Filippi

Sylvain is Chief Technical Officer en Deputy Team Principal bij DS Virgin Racing. Hij heeft het team vanaf dag één geleid en is de technische verantwoordelijke voor de auto. Zijn voornaamste focus op dit ogenblik is om als allereerste Formule E-team een thuisbasis te creëren in Silverstone, Engeland, zodat data vanaf het circuit behalve door het team, ter plaatse ook in de fabriek kan worden geanalyseerd.

 

Reacties

comments powered by Disqus
 

RECENT NIEUWS

[Partnerinfo] Gentse scale-up Intuo brengt risico’s op burn-out als gevolg van bedrijfscultuur in kaart

16 November   |